Sijbolt Noorda
Van de redactie
---
Een pleidooi voor Griekse poëzie door Jacqueline Klooster
Niemand en de eeuwige terugkeer
Jacqueline Klooster wint de ABG VN Essayprijs 2012
---
Paul C. Struik
Het syndroom van de verschoven ijkpunten
Onze veranderende houding ten opzichte van het dier
---
Irene E. Zwiep
Das Wesen des Judentums
De joodse identiteit van Maimonides (1138-1204)
---
Op Andermans Erf | Naar de hel en terug
Een geoloog daalt af in de onderwereld.
---
Geertje Dekkers
Een netwerk van symptomen
Psychiatrische ziekten radicaal anders benaderd
---
Kees de Bot
Eentaligheid bestaat niet
De psychologie van meertaligheid
---
Jelle de Boer
Schoonheid in de wetenschap
---
Evert van Uitert
Ter verheffing van de arbeidersklasse
De doelen van de vereniging Kunst aan het Volk (1903-1928)


Een pleidooi voor Griekse poëzie door Jacqueline Klooster

Niemand en de eeuwige terugkeer

Jacqueline Klooster wint de ABG VN Essayprijs 2012

ABG 91 (2012)  
- ADVERTENTIES -

HELLENISTIC COLLECTION
PHILITAS, ALEXANDER OF AETOLIA, HERMESIANAX, EUPHORION, PARTHENIUS
Jane L. Lightfoot (red.)
---

THE LOST BOOKS OF THE ODYSSEY
A NOVEL
Zachary Mason
---

THE RETURN OF ULYSSES
A CULTURAL HISTORY OF HOMER’S ODYSSEY
Edith Hall
Twee verhalen over Odysseus:

1) […] Zelfs na zijn omzwervingen, nadat hij de vrijers had gedood, ging Odysseus naar Epirus… en daar verleidde hij Euippe… Zij bezorgde hem een zoon, Euryalus. Toen de jongen eenmaal volwassen was, stuurde zijn moeder hem naar Ithaka met een paar tokens verzegeld in een wastablet. Odysseus was er op dat moment toevallig niet; maar Penelope ontdekte wat er gaande was… en ze haalde Odysseus bij zijn terugkomst over om Euryalus als een verrader te doden, voordat hij de waarheid had kunnen achterhalen. En zo… werd Odysseus de moordenaar van zijn eigen zoon. […]

2) Odysseus’ schip rees in het water terwijl zijn manschappen de schatten die ze uit vele steden gestolen hadden naar zijn nieuwe verblijfplaats droegen. Alkinoös, de koning van het eiland, stond erbij te kijken, zeer tevreden met zijn aanstaande schoonzoon. Zodra Odysseus het schip leeg had gemaakt, bond hij het met sterke kabels vast aan een span ossen en sleepte hij het het strand op. Hij pakte een toorts van knapperend pijnbomenhout en hield die, met pijn in zijn hart, bij de zijkant van het gestrande schip. […]

U leest deze teksten en denkt misschien: maar had ik het dan helemaal verkeerd onthouden? Odysseus had toch maar één zoon, Telemachos? En hij keerde toch terug naar Ithaka? Hij bleef toch niet bij de Faiaken om met de dochter van Alkinoös te trouwen? De verwarring is begrijpelijk. Gelukkig brengt Aristoteles’ no-nonsense samenvatting van de Odyssee uitkomst:

Een man is vele jaren ver van huis; hij wordt in de gaten gehouden door Poseidon. Intussen is de situatie thuis zo dat zijn bezit door vrijers wordt verspild en dat zijn zoon belaagd wordt. Hij komt uiteindelijk thuis, door stormen geplaagd; hij zorgt dat hij door sommigen herkend wordt. Hij bereidt een aanval voor, overleeft en doodt zijn tegenstanders. (Poetica, 1455b, 17-23).

Geen huwelijk met Nausikaä, en inderdaad maar één zoon in deze samenvatting. Overigens valt het u bij nader inzien misschien op dat Aristoteles een wel heel summiere synopsis van de 24 boeken van de Odyssee biedt. Waar is Kalypso, bijvoorbeeld? En waar zijn Kirke en de Sirenen? Of de Cycloop, Skylla en Charybdis? Waar, inderdaad, Nausikaä? Zelfs Penelope wordt slechts impliciet aangeduid door de verwijzing naar de vrijers. Op deze bedenkingen heeft Aristoteles een bondig, ietwat nurks, antwoord: ‘Dit alles is de echte plot; de rest zijn slechts episoden.’

Maar daarmee is de vraag waar de citaten hierboven dan vandaan komen natuurlijk nog niet beantwoord. Zijn het misschien moderne bewerkingen, aanvullingen op of interpretaties van Homerus’ epos? Dat is toch een tijd lang erg populair geweest: verhalen over een beroemd personage uit de literatuur in een andere fase van zijn leven dan die waarmee hij bekend is geworden, prequels, sequels, possible worlds theory? Postmodernistische schrijvers weten er wel raad mee: de onontbeerlijke verwarring over de ontologische status van fictionele karakters... Postmodern dus?

‘We zijn hier echt in de duisterste regionen van wat helaas steeds meer een obscuur en ontoegankelijk vakgebied lijkt te worden.’

Voor we in deze trant doorgaan: nee, het eerste verhaal, Odysseus als kindermoordenaar, is niet postmodern, zelfs niet modern. Het stamt uit de Oudheid, uit een tamelijk merkwaardige collectie mythische liefdesvertellingen, de zogenaamde Erotika Pathemata (‘Liefdesleed’), van de hand van ene Parthenius van Nicaea, een Griekse dichter die, aanvankelijk als slaaf, in de eerste eeuw voor Christus naar Rome kwam. Door zijn eruditie en poëtische talent werd hij al gauw vrijgelaten en kwam hij terecht in de hoogste Romeinse kringen. Zijn Erotika Pathemata grossieren in uiterst morbide verhalen over incest, verwantenmoord, necrofilie en laag verraad en vormen bepaald geen stichtelijke lectuur. Dat ze überhaupt overgeleverd zijn, is dan ook in grote mate te danken geweest aan een zestiende-eeuwse arts die de pathologie van obsessieve passies wilde beschrijven.

Parthenius zelf schrijft in zijn voorwoord deze mythen te hebben verzameld en samengevat voor een collega-dichter en tijdgenoot, de Romein Cornelius Gallus, een ongrijpbare liefdesdichter die zelfmoord moest plegen onder Augustus. Van deze Gallus is bijna niets overgeleverd, al was hij in zijn eigen tijd bijzonder populair. Deze context verklaart de summiere, geserreerde stijl van de verhalen: het is slechts prozamateriaal dat ter inspiratie wordt aangeboden. Parthenius nodigt Gallus uit er zelf poëzie van te maken: gewoon nog wat vergelijkingen en assonanties toevoegen. Kortom, de Erotika Pathemata blijken een soort doe-het-zelf-poëziepakket voor wie graag wilde schrijven over perverse passies, verknipte familieverhoudingen, kindermoordenaars en dergelijke verkwikkende zaken meer. En dat waren er meer dan men misschien zou denken; zie bijvoorbeeld de in leesclubs van gepensioneerde gymnasiasten nog altijd veel gelezen Ovidius, een iets latere tijdgenoot van Parthenius.

Parthenius’ hierboven geciteerde verhaal is opgenomen in Jane Lightfoots nieuwe tweetalige Hellenistic Collection, een editie van merendeels poëtische teksten van een aantal − op zijn zachtst gezegd niet direct gangbare − dichters uit de Hellenistische periode (derde tot eerste eeuw voor Christus), zoals Philitas, Alexander Aetolus, Hermesianax, Euphorion en de reeds genoemde Parthenius. Deze namen zullen u waarschijnlijk niet veel zeggen, maar dat geldt zelfs voor veel classici. We zijn hier echt in de duisterste regionen van wat helaas steeds meer een obscuur en ontoegankelijk vakgebied lijkt te worden.

Maar het belang van deze onbekende klassieke auteurs ligt, naast in wat ze zelf geschreven hebben, ook in wie zij op hun beurt in de Oudheid geïnspireerd hebben. Zo blijkt Parthenius direct of indirect van grote invloed te zijn geweest op zowel Vergilius als Ovidius; Philitas inspireerde de dichter die de grondlegger was van de grote Europese traditie van de pastorale poëzie, Theocritus − die op zijn beurt weer Vergilius inspireerde. Literatuur, leert lezing van zulke obscure schrijvers, is niet alleen wat je zelf nog kunt lezen, maar ook wat anderen gelezen hebben. Dus ook de duizenden verhalen die de canon misschien net niet gehaald hebben, maar toch mee resoneren in wat die canon nu is.

De Hellenistic Collection is een van de nieuwste loten aan de Loeb-stam, de prestigieuze Amerikaanse serie klassiek Griekse en Latijnse tekstedities met geannoteerde Engelse vertaling die zo langzamerhand wel ongeveer alles uit de Oudheid wat enigszins de moeite waard is, moet hebben uitgegeven. Lightfoot heeft de moeilijke, fragmentarische teksten betrouwbaar en volgens de regelen der kunst uitgegeven, voorzien van vertalingen en boeiende en deskundige culturele contextualisaties. Het is een wetenschappelijke prestatie van formaat.

Natuurlijk zal dit boek nooit een miljoenenpubliek trekken. Maar eigenlijk ligt dat al in de aard van het onderwerp besloten. Zelfs in de Oudheid gold een voorkeur voor Parthenius of Euphorion als marginaal en elitair. Sterker nog, dat was ook waar deze auteurs zelf naar streefden, met hun innovatieve onderwerpen, gezochte taalgebruik (Parthenius’ uiterst elegant geformuleerde vertellingen over necrofilie en incest) en experimentele verteltrant (bijvoorbeeld Alexander Aetolus’ Apollo: een serie mythes, verteld door de god Apollo, in de raadselvorm van een voorspellend orakel). Toch, zo kunnen we nu zien, vormden ook deze avant-gardistische dichters een onmisbare schakel in de literaire cultuur van hun tijd. Des te mooier (en verbazingwekkender) dat we ruim tweeduizend jaar later nog altijd kennis kunnen nemen van hun werken. Dat geeft moed, in tijden waarin het voortbestaan van linkse hobby’s als experimentele literatuur en poëzie niet bepaald zeker lijkt.

En het tweede fragment, met Odysseus als Nausikaä’s echtgenoot? Ook dat zou op het eerste gezicht zo kunnen stammen uit Parthenius’ Erotika Pathemata. Ook hier een ‘andere Odysseus’: een die uit zijn strakke aristotelische synopsis breekt en niet terugkeert maar kiest voor een alternatief, minder spannend, maar wel ‘klassiek’ lot. Weer bedriegt de schijn. De herkomst van dit verhaal is, ondanks de interessante mystificatie die het tegendeel beweert, onomstotelijk modern, ontsproten aan het brein van de Californische debutant (en computerwetenschapper) Zachary Mason. Het vormt het begin van het hoofdstuk Islands on the Way uit de roman The Lost Books of the Odyssey.

In het voorwoord heet het dat dit boek de vertaling bevat van een pre-hellenistische papyrus uit Oxyrhynchus (een beroemde vindplaats voor Griekse literaire papyri), een document dat 44 apocriefe vertellingen over Odysseus en zijn tienjarige zwerftocht bevat.

Ik vind deze mystificatie juist zo interessant omdat zij verbazend dicht bij de werkelijkheid lijkt te liggen, als we kijken naar het voorbeeld van Parthenius. Ook in de Oudheid was men in de ban van variaties op mythen. Er was nooit maar één versie van één verhaal, wat Aristoteles ook mag beweren. Hoogstens zien we dat een (oorspronkelijk regionale) variant van een verhaal uiteindelijk de meest gangbare werd. Maar in de vele verdwenen, of bijna verdwenen, varianten had Odysseus zonen bij Kirke, Kalypso en anderen, was Helena niet echt in Troje, maar in Egypte. Deze kneedbaarheid, de oneindige parallelle mogelijkheden van het Griekse mythologische materiaal, is iets wat Mason, zelf geen classicus, feilloos heeft aangevoeld.

Is The Lost Books, zoals de cover aankondigt, een roman? Je zou kunnen zeggen dat het fictionele raamwerk van de ‘gevonden papyrus’ deze claim inderdaad waarmaakt. Interessant in dit kader is dat een kleine minderheid van de variaties op het Odysseus-thema openlijk niet (niet eens quasi-)antiek is: Meneer O. zit in een sanatorium en moet kiezen tussen een sessie met dokter Sylvia of dokter Karidis. Of: een wetenschappelijke beschouwing probeert aan te tonen dat de Ilias en de Odyssee feitelijk een lang uitgesponnen verslag van een schaakwedstrijd zijn, waarin uiteindelijk de talige versieringen de overhand hebben gekregen, als geheugensteunen.

‘Er was nooit maar één versie van één verhaal, wat Aristoteles ook mag beweren.’

Als we het boek lezen als een roman, lijkt de implicatie van het mystificerende voorwoord dat we te maken hebben met een (op zijn zachtst gezegd) onbetrouwbare vertaler/verteller. Een soort Kinbote uit Nabokovs Pale Fire, een ontspoorde wetenschapper, verdwaald in zijn eigen spinsels. Misschien is de uiteindelijke geïmpliceerde auteur van het geheel dus wel meneer O. in het sanatorium.

Sommige verhalen blijken bovendien specifiek on-Griekse elementen te bevatten: Achilles figureert als een golem, een lemen monster. Weer andere nemen een in de oorspronkelijke Odyssee ternauwernood aangeduide mogelijkheid en werken die uit. Onhandig, blozend, verklaart de godin Athena Odysseus de liefde. Odysseus komt thuis om een getrouwde Penelope aan te treffen; Odysseus trouwt met Nausikaä; ontvlucht Troje met Helena; treft een geheel verlaten Ithaka aan; treft een dubbelganger op Ithaka aan.

Maar misschien wel het boeiendst zijn de verhalen waar in een mise en abyme aandacht gevraagd wordt voor de rol van vertellen en vertellers in de Odyssee. Deze verhalen geven de duizelingwekkende ervaring van een labyrintisch, borgesiaans spiegelpaleis, een eeuwige terugkeer van verteller in verhaal over verteller in verhaal over verteller enzovoort. Geniaal is bijvoorbeeld het verhaal waarin de blinde Cycloop uiteindelijk de blinde zanger Homerus blijkt te zijn, die Odysseus een identiteit en verleden aanmeet, uit woedende fascinatie met de naamloze vreemdeling (Niemand, zoals Odysseus zichzelf listig noemt) die zijn oog verschroeid heeft.

Het geweldige van al deze verhalen is dat Aristoteles’ synopsis er tegelijkertijd niets toe doet en alles toe doet. Zonder de Odyssee konden deze verhalen niet bestaan. Maar ze bevragen tegelijkertijd de bestaansreden van de Odyssee zoals zij is. Waarom zo, en waarom niet op 44 (of meer) andere manieren? Wat als iedere, volgens Aristoteles onbelangrijke, episode een eigen leven gaat leiden? Wat als de plot overboord wordt gezet? Zelf zegt Mason in een interview dat alle verhalen voor hem als een logisch gevolg, een soort algoritme, uit de Ilias en de Odyssee zijn voortgekomen. Het is een houding ten aanzien van literatuur die ik zowel fascinerend als enigszins onbegrijpelijk vind; al levert zij ontroerend mooie, poëtische literatuur op.

Tegelijkertijd past een dergelijke afstandelijke, mathematische houding misschien wel bij iemand die schijnbaar onbekommerd debuteert met wat inmiddels toch minstens de tienduizendste bewerking moet zijn van een van de eerste, en zeker een van de grootste, literaire werken van de westerse traditie. En die er dan ook nog in slaagt origineel te zijn. Ilias en Odyssee zijn in Masons visie een prachtige serie fractals, maar nog lang niet uitgegenereerd. Naar het schijnt is Mason nu bezig met de Metamorfosen van Ovidius. Dat wordt ongetwijfeld een boek om naar uit te kijken.

De Odyssee bewerken is overmoedig, maar zelfs een boek over de receptie van de Odyssee maken is eigenlijk al een daad van hybris. Het is al vaak gedaan, en vaak erg goed (Stanfords The Ulysses Theme, 1954); of soms ook juist helemaal niet (het door fouten en pijnlijke misverstanden geplaagde Homer’s The Iliad and The Odyssey van Alberto Manguel, 2007). Toch mogen we in het onderhavige geval buitengewoon blij zijn dat iemand deze ogenschijnlijk onmogelijke taak maar weer eens op zich heeft genomen.

Edith Hall, professor aan Royal Holloway, University of London (waar het Classics Department momenteel, ironisch genoeg, met sluiting bedreigd wordt), schreef met The Return of Ulysses een prachtig boek. Het is een erudiet, geestig en boeiend geschreven, maar vooral verrassend origineel overzicht van de manier waarop het thema van Odysseus op allerlei onverwachte wijzen in de wereldcultuur is doorgedrongen, vooral in moderne reïncarnaties, gekleurd door feminisme en postkolonialisme. Wellicht klinkt dit laatste een beetje als een verplicht nummer, of politieke correctheid, maar niets is minder waar.

Overtuigend aan Halls studie is de these dat juist de verscheidenheid aan avonturen (ontmoeting met het vreemde versus terugkeer en hereniging; listige ontsnappingen en existentiële angsten; horror en erotiek) en personages (goden, mensen en monsters; oude en jonge mannen; deugdzame en losbandige vrouwen; slaven en aristocraten) in de Odyssee de fenomenale resonantie kan verklaren die het werk heeft gehad in ontelbaar veel cultuuruitingen van onze moderne geglobaliseerde wereld. En ook hier breken we weer ruimschoots uit Aristoteles’ synopsis: de episoden blijken keer op keer minstens zo belangrijk en inspirerend als de plot.

De voorbeelden die Hall bespreekt zijn voornamelijk ontleend aan literatuur, theater en cinema, in veel mindere mate aan de beeldende kunsten en prank theories (type: ‘Circe gaf haar naam aan Zierikzee’). Het zijn er duizelingwekkend veel, steeds frappant en inzichtelijk gepresenteerd. Het boek bestaat uit drie delen: ‘Generic Mutations’ (navolgingen, vertalingen en verschillende modi van literaire bewerking), ‘World and Society’ (de manier waarop de Odyssee geherinterpreteerd is in het kader van verschuivingen in de wereldmaatschappij) en ‘Mind and Psyche’ (psychologische, spirituele en filosofische herinterpretaties van het werk).

‘Het geweldige van al deze verhalen is dat Aristoteles’ synopsis er tegelijkertijd niets toe doet en alles toe doet.’

Na lezing van dit boek wordt het vrijwel onmogelijk je de wereld voor te stellen door de ogen van iemand die de Odyssee (in welke vorm dan ook) niet kent: het lijkt alsof het merendeel van de wereldliteratuur, filosofie en cinema op de een of andere manier voortkomt uit dit gedicht. En dan bedoel ik niet alleen Vergilius, Joyce, Cavafy, Walcott, Monteverdi, Kubrick en de andere usual suspects (al komen ook zij aan bod), maar juist de talloze minder bekende, fantastische, of ronduit verbijsterende sporen die Odysseus heeft nagelaten. Zoals in Salman Rushdie’s ijzingwekkende beeld van de VS na 9/11 als een blind flailing giant, getroffen door een onzichtbare, arglistige, kleine Nobody. En in het antwoord van de Amerikaanse pers, dat juist de rechterhand van Bin Laden, de eenogige moellah Mohammed Omar, hier de afzichtelijke Cycloop was, in zijn Afghaanse grot. Of in de roman The Cry of Winnie Mandela (Ndebele Njabulo, 2003), waar de Zuid-Afrikaanse vrouwen die eindeloos wachten op hun door het apartheidsregime gevangen gezette mannen moderne Penelope’s zijn; zij het zonder happy end. Al vraagt Hall zich in haar hoofdstuk ‘Blood Bath’, met een intrigerende kijk op de receptie van het brute slachten van de vrijers in boek 23 van de Odyssee, ook juist af hoe happy dat einde eigenlijk is.

Dat is het fascinerende van deze thematische behandeling: voor elke lezing van elk personage en elke episode van de Odyssee blijken telkens ook talloze diametraal tegenovergestelde varianten te bestaan. Odysseus als listige en humane reiziger; als rasopportunist en absenteïstische echtgenoot en vader; als lijder aan posttraumatisch stresssyndroom na Troje. Nausikaä, de maagdelijke prinses die de berooide, naakte Odysseus dapper naar haar vader brengt: stichtelijke kinderheldin of pornografische fantasie? Om van Kirke en Penelope (beide beurtelings aartsfeministe avant la lettre en projectie van mannelijke (lust-)gevoelens) nog maar te zwijgen. En dan heb ik het niet eens over de ontelbare configuraties die Odysseus’ thema’s van ‘reis’, ‘afdaling naar de onderwereld’ en ‘terugkeer’ hebben gevonden in (kinder-)literatuur, poëzie, drama, cinema, muziek, politieke pamfletten, filosofische traktaten, computergames...

Daarmee stuiten we ook op een bezwaar. Hoe formidabel en vol van inzichten dit boek ook is, uiteindelijk blijken de details moeilijk te beklijven. Al was het maar vanwege de duizelingwekkende vaart waarmee Hall je met haar referenties om de oren slaat. Moeiteloos schakelt ze binnen twee, drie pagina’s over van Davy Crockett en Wyatt Earp op George Washington, Martin Luther King, Jimmy Carter, de Kennedy’s, Gogol, Goethe, Vasily Zhukovsky, Wittlin, Plutarchus en Fénelon. Bent u daar nog? Op de slechtste momenten heeft het resultaat iets van een dolgedraaide encyclopedie zonder lemma’s. Ook dit is dus niet een boek dat achter elkaar uitgelezen dient te worden. Gelukkig is de index uitgebreid, zodat herlezen en grasduinen ook na een eerste lezing aantrekkelijk blijven.

Ondanks genoemd bezwaar is het boek een aanrader, ik zou zelfs durven zeggen: verplichte lectuur, voor iedereen die… Nee, kortweg: voor iedereen. Hall maakt namelijk onontkoombaar duidelijk dat Odysseus altijd zal blijven terugkeren. Zo verweven is hij met alle soorten cultuuruitingen van het Westen, hoog en laag, subversief en dominant, elitair en populair, en daardoor met de reacties op de cultuur van iedereen die ermee in aanraking gekomen is.

Waarmee maar weer eens aangetoond is dat de klassieke talen niet marginaal, obscuur of elitair hoeven te zijn. Het is met de klassieken in de moderne wereld misschien wel zoals de Caribische dichter en Nobelprijswinnaar Derek Walcott prachtig ambivalent verzucht, in zijn epische gedicht Omeros: ‘All that Greek manure under the green bananas…’

Naast obscure rafelige papyri die smeken om gedegen filologische arbeid en interpretatie (zie Lightfoot), of input voor postmoderne spiegelkastelen op basis van ‘s werelds oudste heldenepen (Mason), is de Griekse poëzie ook vooral dat: mest onder de tropische bomen van Walcotts gekoloniseerde Caribische eiland. Ze is duizend keer verteerd, en bezorgt ons misschien vieze handen, maar blijft vruchtbaar, en dus onmisbaar voor het vrucht dragen van nieuwe gewassen in nieuwe landen. En dus zal Odysseus, Niemand maar tegelijkertijd iedereen, eeuwig blijven terugkeren.

Jacqueline Klooster is als postdoc verbonden aan de Capaciteitsgroep Griekse en Latijnse talen en culturen van de Universiteit van Amsterdam.

Overige literatuur

William Bedell Stanford. The Ulysses Theme. A Study in the Adaptability of a Traditional Hero. Basil Blackwell. Oxford 1954.

Alberto Manguel. Homer’s The Iliad and The Odyssey: A Biography. Atlantic Monthly Press. New York 2007.Derek Walcott. Omeros. Farrar, Straus and Giroux. New York 1992.

Externe links

Om uw geheugen op te frissen: de tekst van de Odyssee, in het Grieks en in een Nederlandse vertaling van Ben Bijnsdorp:
benbijnsdorp.info/homeros/homerus_odyssee.html

Een Engelse vertaling, door S. Gaselee, van Parthenius’ Erotika Pathemata:
www.theoi.com/Text/Parthenius.html

Een interview in de New York Times met Zachary Mason, inclusief links naar de eerste twee hoofdstukken van The Lost Books of the Odyssey en naar een recensie van het boek door Michiko Kakutani:
www.nytimes.com/2010/02/10/books/10mason.html?pagewanted=all

De proloog van Monteverdi’s Il ritorno di Ulisse in patria, met Thomas Allen in de adaptatie van Hans Werner Henze tijdens de Salzburger Festspiele van 1985:
www.youtube.com/watch?v=MN8HiX7vYBI&feature=related

Een interview met Derek Walcott over Omeros:
users.unimi.it/caribana/OnOmeros.html



Besproken boeken:
HELLENISTIC COLLECTION - PHILITAS, ALEXANDER OF AETOLIA, HERMESIANAX, EUPHORION, PARTHENIUS
door Jane L. Lightfoot (red.)
Harvard University Press (Loeb Classical Library). Cambridge, MA 2010.
688 pag.
, € 21,95
THE LOST BOOKS OF THE ODYSSEY - A NOVEL
door Zachary Mason
Farrar, Straus and Giroux. New York 2010 (paperback: Picador, 2011).
240 pag.
, € 12,95
THE RETURN OF ULYSSES - A CULTURAL HISTORY OF HOMER’S ODYSSEY
door Edith Hall
The Johns Hopkins University Press. Baltimore, MB 2008.
304 pag.
, € 23,50